Via de animatie kreeg ik foto’s van een tijdje geleden, waarvan ik vind dat ze toch wel eens extra in beeld mogen komen. Omer van de Souvenir helpt mee met het maken van een taart. Zie hem toch bezig. Ik vind het heel mooi om te zien hoe hard iedereen hier probeert om iedereen zijn zelfstandigheid te laten behouden. Geen betuttelen maar échte hulp waar nodig. En als de bewoners het zelf kunnen, mogen ze het ook zelf doen. Vrijheid. Dat is hier zo essentieel. Ik hoop van harte dat het er in andere woonzorgcentra ook zo aan toe gaat.
Het wordt me weer pijnlijk duidelijk vandaag: ik ben écht iemand met nul komma nul geduld. Geen greintje. Ik wil alles zo snel en liefst zo veel mogelijk. Het internet laat me wat in de steek vandaag. Het filmpje waar ik de voorbije twee uur aan gewerkt heb, wil maar niet laden. Ik moet nog eten. Ik moet nog schrijven. Ik moet, ik moet. Doucement. Weet je nog? Omer zegt altijd ‘doucement’. Kalm aan. Het komt allemaal wel goed. Hij heeft gelijk. Het is onnodig. Er is tijd, er is begrip en er is vooral veel vrijheid hier. Juist. Onlangs las ik dat je voor elke keer dat je ‘ik moet’ zegt op je tong moet bijten. Eigenlijk moeten we allemaal juist niks. We moeten kiézen en ons niet in bochten wringen. Deze voormiddag had ik een heerlijk stressvrije ontmoeting met Simonne en Maria, twee vrouwen die geregeld langskomen bij De Kim. Ze verklapten me het recept van hun favoriete gerecht en hun herinneringen daaraan. Zo gezellig. De smakelijkheid waarmee ze beiden vertelden, deed me watertanden. Fijn om te zien ook, hoe ze versteld stonden van zichzelf, nadat ze het filmpje te zien kregen. Verwondering. Ook op die leeftijd nog kunnen staan kijken van je eigen kwaliteiten. Machtig.
We moeten vooral trots zijn op onszelf, zoals Maria en Simonne. Ah ja, en ik moet wat meer geduld hebben, want het is echt erg.
Zonnige groetjes!
Klik op de volgende link om te zien hoe gezellig wij het deze morgen hadden: https://www.youtube.com/watch?v=fUG0oGyErfw&feature=youtu.be
Ik ben er een beetje een voorvechter van en ik weet dat het in het woonzorgcentrum ook een belangrijk punt is. Daarom dit recept voor een suikervrije cake. Veel mensen leiden hier aan suikerziekte, en het is écht niet fijn als je nooit eens mee kan doen aan de koffie en de taart op een ‘normale’ manier. Deze cake smaakt heerlijk en geeft perfect het gevoel van een écht stukje taart met échte suiker. Suiker slorpt onze energie op, zelfs voor mensen die geen suikerziekte hebben. Maak hem en beslis later zelf of je nog terug wil!
Ingrediënten
– 250 gram kokosbloesemsuiker (te vinden in elke (goeie) natuurwinkel)
– 250 gram melkerijboter
– 250 gram zelfrijzende bloem
– Vijf eieren
– Drie appeltjes
– Eventueel: Kaneel
Bereiding
– Mix de suiker met de eieren tot je een glad mengsel krijgt
-Smelt ondertussen de boter
-Voeg de bloem aan het eiermengsel toe
-Voeg de gesmolten boter toe
-Mix het mengsel tot het glad is
-Voeg gesneden appeltjes en een snuifje kaneel toe
Bak ongeveer 45 minuten op 180 graden.
Voilà! Een lekker én gezond(er) snoepje! Smakelijk!
Een vaste waarde op de Souvenir is Maria. En een nog vastere waarde is haar vraag ‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds. ‘Wat is’t voor ‘t eten?’ Als ik die vraag hoor, weet ik dat er nog zekerheden zijn. Maria kan heerlijk genieten van lekker eten en weet ook heel goed wat ze niet lust. Bij elke maaltijd is ze al nieuwsgierig naar het volgende gerecht. Ik vind het leuk om te zien, hoe mensen zo kunnen genieten van eten. En ik herken mezelf daarin, want ik ben ook zo. Kennen jullie het hongermonster? Als ik honger heb, nestelt dat zich in mijn buik en word ik een ware tiran. Maria lijkt dat niet te hebben. Ze stelt de vraag niet uit honger, maar uit goesting. Weten wat ze voorgeschoteld krijgt, is voor haar plezier. Eten is een sociaal iets. Het is zoveel leuker om samen te zitten ‘mmm’en’ en ‘njammen’. Eten brengt mensen dichterbij (zie de vorige post). Als Maria haar bord dan krijgt, breekt er een moment van pure rust aan. Dan moet je haar niet storen, want dat zal ze écht niet appreciëren. Wij zijn vaak zo haastig, proppen een boterham of een appel in onze mond als ontbijt, terwijl we ondertussen vier andere dingen aan het doen zijn. Tijd nemen, zoals Maria, om te gaan zitten, de tafel te schikken zoals jij dat wil, en rustig te knabbelen. En ondertussen wat mijmeren. Geen boekje of telefoon erbij, maar volle focus op het eten. Het smaakt, overduidelijk.
In het woonzorgcentrum is elke reden goed genoeg om samen rond de tafel te gaan zitten. Vandaag gebeurt dat onder de noemer ‘Samen tafelen’. Een initiatief om de kas van ‘de Loods’ -een inloophuis van de vzw Open Kring voor alle inwoners van Ardooie en Koolskamp die behoefte hebben aan een stek in de buurt waar ze terecht kunnen voor een babbeltje, ontmoeting…- wat te spijzen. Iedereen is echter welkom. Iedereen is écht welkom. Mooi om te zien hoe enthousiast de bezoekers zijn voor foto’s. Ze herkennen me en dat geeft een goed gevoel. Alsof ik kind aan huis ben en misschien ben ik dat hier ook wel een beetje. Is het niet het belangrijkste van al dat we elkaar laten schitteren? Dat we er niet alles aan doen om het voor onszelf beter te maken, maar net om het voor de ander minstens even goed te maken? Ik klink wel als moeder Theresa, als ik het hier zo herlees, maar ik meen het. Niets mooiers dan delen als je er zelf niet veel van hebt. Een levensles van mijn vader. Vandaag krijgt iedereen een portie Klein Geluk. Diegene die anders altijd alleen thuis zit. Diegene die vaak moet rekenen en tellen om er te geraken. Diegene die onlangs iemand verloor. Diegene die het leven soms niet meer ziet zitten. Vandaag wordt er gelachen en bijgekletst. En even vergeten. Dat mag hier.
![]()
![]()
Op de weg naar hier, van Gent naar Ardooie. 45 minuten meebrullen in mijn auto. Ahum, ‘t is te zeggen: de auto van mijn mama, maar ze deelt hem graag. Heerlijk vind ik dat. 45 minuten met een 360 graden zicht op de wereld. De auto van mijn moeder is een bestelwagentje met aan alle kanten ramen, and I love it. Geen betere therapie dan een eindje rijden. Je kent me, ik heb ze nodig, die tijd op mezelf. Net als mijn mama. Ik vind het speciaal dat we op dezelfde plaats rust vinden. Toen ze me vroeger vertelde hoe belangrijk die eigen auto voor haar was, kon ik dat eigenlijk niet zo goed snappen. Je kan thuis toch in een kamer apart zitten? Dat is niet hetzelfde, zei ze me. Nu snap ik waarom. In de auto ben je op weg naar een doel, en op dat moment is er niets anders dan jij, je hoofd en vier wielen die je dragen. Het bestaan wordt even lichter onderweg. Muziek op maximum of net heel stil. Alleen zijn en toch niet eenzaam zijn. Ik denk dat de auto de enige plaats is waar ik dat kan. Ik zing mee en denk na over de komende dag. Wat ik ga schrijven, wie ik ga bezoeken, wie me weer het water in de mond zal doen krijgen met zijn kookverhalen. Ik hou ervan, van deze combinatie. Schrijven, sociaal contact, nieuwe dingen ontdekken.. Het woonzorgcentrum heeft er echt wel een beetje voor gezorgd dat ik een besef heb gekregen over wat ik nu met dat leven ga doen. Ik wil gewoon een mengelmoes. Zoals hier. Nu eens dit, dan eens dat. Variatie. Verschillende dingen die op het einde een mooi geheel vormen. Ik wil schrijven, timmeren, zingen, dansen en koffie verkopen. Is dat teveel gevraagd? Kan ik dat combineren? Oh ja, en koken doe ik ook heel graag. Ik vind het zalig dat het leven aan mijn voeten ligt, en eigenlijk wil ik dit altijd zo ervaren. Ook al word ik ouder. Ik haat het als mensen zeggen ‘het is nu dat je het moet doen’. Maar? Maar? Ik ben van plan om nog zeker 70 jaar te leven? Het is toch niet omdat je ouder wordt dat je kansen op een fijn leven kleiner worden? Dat het plots allemaal hard labeur moet zijn? Ik wil elke dag leven alsof ik pasgeboren ben. Geen grenzen. Geen onnodige limiet. Waarom leggen we onszelf op dat we aan een bepaalde leeftijd iets niet meer kunnen doen? Het is fijn om te zien dat de mensen hier hun innerlijke kind niet kwijt zijn. Ik zie tachtigjarige vrouwen die giechelen als pubers. Ik zie mannen van ver boven middelbare leeftijd hun beste dansmoves bovenhalen. En dan denk ik: dàt is wat ik wil van het leven. Ongeacht leeftijd. Alle kansen grijpen die je kan grijpen en als de kans zich niet voordoet, ze dan zelf creëeren. Dat is voor mij de enige manier om gelukkig te blijven.
Een hele tijd geleden schreef ik de volgende tekst, en eigenlijk is dat nog steeds hoe ik erover denk:
“Ik ben al maanden bezig met het zoeken naar een plaats in deze volwassen wereld. Een kind bij grote mensen zetten, zonder dat het weet hoe het groeien moet. Zo voelde dat. Straatjes zonder einde, tanden in een citroen met de schil, een cake met eierschaal erin. Zo voelde dat. Of zo hoorde dat te voelen, volgens velen. Want groot worden, dat gaat gepaard met dingen doen die je eigenlijk niet wil. Dat gaat gepaard met de bittere pil des levens, die je moet slikken zonder water, want dat is hoe het gaat. Ja toch? Dat is hoe je tegenwoordig voorbereid wordt op de échte wereld. Dat je maar goed weet dat het niet allemaal plezant is. Dat je maar goed onthoudt dat je niet te ver zal moeten reizen, want daar krijg je Ebola van. Dat je maar goed beseft dat je geld zal nodig hebben voor dat nieuwe lederen salon dat je later met je traditionele gezin zal moeten delen.
En dan zie je onze verbijsterde gezichtjes. De jeugd. We wisten écht niet dat het zo zou zijn. Sorry dat we veel willen. Sorry voor onze drang naar meer. Sorry dat we zo proberen om het anders te doen. We zullen gewoon doen vanaf nu. Gewoon is al gek genoeg. Ik wil dat eigenlijk niet. Oeps. Ik wil niet dat dit ‘volwassen leven’ een heel ander leven wordt. Ik wil het kind blijven dat ik was, ook al is alles aan mij groter en heb ik andere dingen te doen. Heb ik plots verantwoordelijkheid? Hmm, naar mijn weten heb ik dat mijn hele leven al. Ik moet mezelf namelijk al 23 jaar in leven houden, en hoewel mijn lieve ouders daar mee aan hielpen, deed ik het wel zelf. Zinnen als ‘je studententijd is de beste tijd van je leven’ en ‘je zal nog je hele leven moeten werken’ zijn niet aan mij besteed. Waarom zou je een heel leven dingen tegen je gedacht doen? Om dan aan het einde te kunnen zeggen dat je veel gespaard hebt, en dat het in een onbestaande pot onder de grond zit? Het leven moet een feest zijn en blijven. Het is niet altijd goed, dat wil ik ook niet beweren, maar als we ook nog eens gaan voorspellen dat het voor eeuwig kommer en kwel is, dan spring ik liever meteen in de vaart. Ik voorzie een plaatsje voor mezelf in deze zogezegde ‘volwassen wereld’ en ik zie wel of ik het al dan niet wil innemen. Tenzij het met ‘weglopers zijn plaatsverkopers’ is, dan neem ik het in en roest ik er vast en ben ik voor eeuwig ongelukkig. Daar zullen de onheilspellers alvast tevreden mee zijn. Leve de toekomst!”
Een goeiemorgen hé zeg!
Ik ga op bezoek bij Leona. Ik heb me laten vertellen dat ze nog kokkin is geweest, hier in het woonzorgcentrum. Dat moet ik uitpluizen. Het moet speciaal zijn voor haar om hier te eten en te weten dat ze ooit in diezelfde keuken heeft staan koken. Ze ontvangt me hartelijk en lijkt blij om erover te kunnen vertellen. Ik zie een twinkel in haar ogen als ik haar vraag of ze houdt van eten. Ik doe alsof ik nog niet weet dat ze hier gewerkt heeft. Met een zekere trots vertelt ze over haar job. Over hoe ze samenwerkte met enkele zusters, en dat er geen mannen in de keuken werkten, en dat ze voor 120 man moest koken maar dat het haar nooit teveel was. Ik vind dat zo boeiend om te horen. En raar ook, dat er in de jaren zestig ook een leven was. Een leven voor ik bestond. Curieus. Ik stel me daar de laatste tijd wel veel bij voor, bij het leven voor én na mij. Zouden ze hier in het woonzorgcentrum, waar ze al ouder en wijzer zijn, ook soms mee bezig zijn? Hoogstwaarschijnlijk wel. De mens is een denker. Ik wil zoveel weten. Ergens wil ik weten wat er met mij zal gebeuren, en ik leef zo graag. Wat met al dat verlangen en die ambitie? Leona dus… Het lijkt me zo stoer om als vrouw je mannetje te kunnen staan. Ik zie mezelf ook eerder als mijn eigen baas. Leona is een sterke vrouw en ik denk dat ze een ijzeren wil heeft. In de jaren zestig zullen ze alvast ook niet te klagen gehad hebben!
‘Leona, wat is jouw lievelingsgerecht eigenlijk?’
‘(brede smile) Koeientong!’
Mijn grote vriend Omer heeft naast zijn eeuwige charme ook nog eens de gave van de organisatie. In het keukentje van De Souvenir zorgt hij ervoor dat alles steeds proper en ordelijk blijft. In het volgende filmpje zie je hem aan het werk. Wat is het toch een uitzonderlijk man! Hij ziet me graag en dat is wederzijds. Ik zou een uur naar hem kunnen kijken, hoe hij zorgvuldig de potjes en lepeltjes naast elkaar legt, in volgorde, op grootte. Met opperste concentratie. Jullie mogen er alvast vier minuten van genieten.
Aanschouw: Omer aan de afwas




