Ik ben er weer! Vandaag dan toch. Deze week is een beetje anders dan anders. Ik moest namelijk een herexamen afleggen, iets wat ik tot nu toe nooit eerder moest doen. Ik ga niet ontkennen dat ik serieus faalangst had. Ik hou er niet van om een herkansing te krijgen, omdat me dat het gevoel heeft dat ik de eerste keer niet goed genoeg was. Technisch gezien was dat ook zo. Op de dag van mijn herexamen besefte ik plots dat ik meer tijd nodig had. Ik had niet het gevoel dat ik veranderd was, of dat ik verbeterd was in datgene wat ik moest brengen. Ik voelde me niet voorbereid, ook al heb ik de hele vakantie mijn hoofd gebroken over wat ik zou kunnen doen. Toen nam ik een beslissing, maakte ik een keuze ‘voor mezelf’. Ik gaf mezelf uitstel. Dat houdt in dat ik het herexamen niet mee maakte, maar wel nog kans heb om binnen twee jaar de opleiding aan te vatten. Het is nochtans iets dat zo goed bij mijn werk hier past, en toch voel ik me er nu niet klaar voor. Waar ben je dan wel klaar voor, vragen mensen mij… Ik ben klaar voor het NU, voor wat ik HIER aan het doen ben. Zinvol werk met de bewoners, schrijven over mijn ervaringen in het woon- en zorgcentrum, genieten van de rust en van het moment. Een hele vakantie je hoofd gek maken over iets wat zou kunnen zijn, is niet bevorderlijk. Dat is het in het algemeen niet. Ik weet dat ik in mijn blogs vaak ‘preek’ over genieten van elke seconde, maar ik meen het ook. Het heeft absoluut géén nut om je zorgen te maken over de toekomst, want dan zie je het al op voorhand niet meer zitten. Mijn vrienden en vriendinnen op leeftijd doen dat niet meer, denk ik dan. Ze hebben dat misschien vroeger gedaan, maar nu zijn ze op een punt gekomen dat alles mag komen zoals het komt. Ik bewonder hen. Ze hebben geen haast, kennen het woord ‘rush’ niet en de keuzes die ze maken zijn altijd de goeie. Ik voelde me de voorbije dagen écht slecht, maar als ik hier aankom besef ik plots weer dat ik het màg rustig aanpakken. Dat ik de tijd mag nemen die ik nodig heb, omdat het kan. Er zijn altijd oplossingen, en ze schuilen vaak in een klein hoekje. Vanmorgen zie ik Omer, op zijn gemak voor zich uit turend, en als ik hem vraag of hij goed geslapen heeft, kijkt hij me aan met stralende zonnen en geeft hij me een kneepje in mijn hand. Martha lacht naar me, en ik weet dat zij vinden dat het goed is, dus dan is het ook zo.
Aanschouw de twee mensen die vanmorgen instonden voor mijn goed humeur:



